Kapitalisme in Wuxi

Lief dagboek,

Alles goed? Het spijt me vreselijk dat ik maandenlang niets van me heb laten horen, maar wees niet boos, ik heb een goed excuus: ik was de sleutel van het slotje kwijt. Sorry.

Had ik al verteld dat ik al een paar maanden in Wuxi woon? Het is een stad, gelegen op 130 kilometer ten noordwesten van Shanghai. Het is een oude industriële stad in de provincie Jiangsu in China met ongeveer 4.5 miljoen inwoners. De stad is groter dan de provincies Utrecht en Zeeland. Wuxi betekent letterlijk ‘geen tin’. Mooie stad met een rijke cultuur. Reden voor mij om die cultuur met volle teugen op te snuiven, al zal dat ‘volle teugen’ wel meevallen, gezien mijn aangeboren laziness.

Op 5 november, om een uur of 7.30, besloot ik bij de KFC te ontbijten. Geen andere tent was om die tijd open, dus de keuze was snel gemaakt. Terwijl ik genoot van een heerlijk smeuïge en slijmerige rijstepap, werd ik per telefoon lastig gevallen door Maurice en Yan, in Beijing woonachtige maar op vakantie in Wuxi zijnde medestudenten van TMA, die vroegen of ik mee wilde op een toer door Wuxi. Maanden geleden was ik dit al van plan, maar mijn luiheid belemmerde mij om zodanig te handelen. Dat mijn Mandarijn niet toereikend genoeg is, is eigenlijk de grootste belemmering, maar daar wil ik het liever niet over hebben. Voorwaarde was, dat ik een kwartier later bij hun hotel zou moeten zijn. Vlug spoedde ik mij huiswaarts om mijn beertjespyjama en slippers te ruilen voor geschiktere kleding en gympen. Zoals de echte Tjinnoes betaamt, kwam ik zoals altijd te laat. Boze gezichten keken mij aan toen ik in de negenpersoonsminivan (door wat klapstoeltjes uitbreidbaar tot een twaalfpersoonsminivan) stapte, die ons door Wuxi zou vervoeren. Na een kwartiertje rijden haalden we onze tour guide voor de dag op, die zoals elke tour guide een megafoon in haar bezit heeft. Zelfs in een krappe minivan vond mevrouw de tour guide het nodig om te tetteren door dat apparaat, terwijl de verst zittende passagier op twee meter afstand zat.

Afijn. Na een half uur kwamen we aan bij een Boeddha-shop, ergens verstopt op een parkeerplaats achter een rij restaurantjes. Bij het betreden van de winkel, begroette een twee meter hoge en 3 meter brede Boeddha ons vriendelijk met een brede lach op het gezicht en een dikke buik op de buik. Onze tour guide vertelde ons dat mannen de Boeddha met hun linkerhand moeten aanraken en vrouwen hetzelfde kunstje moeten doen, maar dan met hun rechterhand. Dit zou geluk moeten brengen. Ik ben niet zo bijgelovig, maar om geen disrespect te uiten jegens meneer Boeddha en zijn volgelingen, deed ik maar gewoon mee. ‘Straat’ zoals ik ben, gaf ik onze grote vriend een ‘boks’ (voor de onwetenden: vuist tegen vuist, gebruikt als groet door de jeugd van tegenwoordig). Onze tour guide vertelde ons dat we wierrook en kaarsen moeten kopen omdat we dat nodig zullen hebben als we bij de 88 meterlange Boeddha zullen bezoeken. Prijs? Slechts 15 euro voor een pakje wierrook en een kaars, speciale set prijs. Wie dat koopt, mag met permanent marker “mafkees” op diens voorhoofd schrijven. Alhoewel, je moet er wel wat voor over hebben, wil je je religie op een zo goed mogelijke manier belijden. Ik hoorde iemand zeggen dat je geen goede Boeddhist bent, als je geen wierrook brandt bij de tempels. Ach, gun die lui wat winst, een euro of 14 winst per set. Mag geen probleem zijn, toch? Karma, blabla. Na vele pogingen van de verkopers en onze tour guide ons over te halen, reden we door naar Lingshan Dafo (Lingshan Buddha, zie Google.com), waar de 88 meterhoge Boeddha is gelegen.

Aangekomen bij Lingshan Dafo, werd ons verteld dat ons om 10 uur iets moois te wachten stond. Het zou gebeuren bij een reusachtige metalen pilaar met bovenaan een lelie, waar een kleine Boeddha in zit verstopt. Om 10 uur zou die Boeddha dan te voorschijn komen. Dat het een showtje zou worden, voelde ik al aankomen, maar dat het een heus spektakel met fonteinen en muziek zou zijn, had ik niet verwacht. Met Pirates of the Carribbean-achtige muzikale begeleiding leek de lelie te bloeien. De fonteinen spoten met veel geweld het water omhoog, alsof de lelie in de fik stond. De pilaar staat in het midden van een fontein, waar omheen acht kleinere fonteinen heen staan. Tot mijn verbazing sprintten velen richting de fonteintjes zodra er water uit kwam. Flesjes werden gevuld, gezichten werden gewassen, met fonteinwater gevulde bekers werden leeg gezopen. Cultuurschok! Is dit water dan echt zo heilig? Of de beelden van Boeddha heilig zijn, weet ik ook niet. Niet zeuren, gewoon meedoen. Ik heb mijn wijsvinger nat gemaakt met dat ‘heilige water’, dat is wat mij betreft voldoende. Voor de mensen die hun lege flesjes zijn vergeten mee te nemen, kunnen lege flesjes kopen voor een liefdadigheidsprijsje van 2 euro. Een flesje water kost hier 25 cent. Even ter vergelijking. Voor de rest gepolijste beelden. Glad geschuurd door alle ruwe handen van al die mensen. Zie foto’s.

Na de show liepen we langs andere Boeddha beelden, zie foto’s: Boeddha muur, Boeddha met kids, Boeddha’s hand, etc. Na vele standbeelden te hebben gezien en langs véééle winkeltjes te hebben gelopen, werd het dan eindelijk tijd voor het echte werk. Een negenennegentig treden tellende trap doet mij verlangen naar een roltrap, maar de 88 meterhoge trap Boeddha vaag op het achtergrond in het verschiet gaf mij de energie om de trap te trotseren. Met drie treden per stap sprong ik de trap alsof bloedhonden mij achterna zaten. Uitgeput zocht ik een winkeltje om een flesje water te kopen. Had ik maar ook dat ‘heilige water’ bij de fontein in een flesje opgevangen.

Lunchtijd. Eindelijk wat voedsel naar binnen werken; de rijstepap vulde niet echt. We werden gebracht naar een openlucht min vijf sterren restaurant, waar men het gore lef heeft om nog 20 yuan te vragen voor een klein foambakje gevuld met groen/rood/bruine diarree. Althans, zo smaakte ‘t. De daadwerkelijke reden dat we daarheen werden gebracht was dat we bij een of ander pearl centrum parelsieraden en parelcosmetica (skin whitener) konden kopen. Qua prijzen, uiteraard opnieuw afzetterij (op andere plaatsen is precies hetzelfde product ).

Toen werd het tijd voor the Turtlehead Peninsula, waar we met een grote boot heen werden gebracht. Het is een schildpadvormig eiland, gelegen in het noorden van Tai Lake (Tai Hu). Na vele foto’s gemaakt te hebben van vele beelden kwamen we uit bij een tempel, één van de 1 miljoen in een straal van vijf kilometer. Omdat iedereen muntjes aan het gooien was op de over elkaar houdende armen van een ongeveer 20 meterhoge uit hout gesneden Boeddha, besloot ik maar mee te doen. Vol vertrouwen nam ik een aanloop om mijn mao muntje (ongeveer €0,012 waard) in de goal te gooien. Gescoord, hoera. Nu mag ik een wens doen, heb ik mij laten vertellen. Wereldvrede! Of iets anders, een wat egoïstischere wens.

Na Yuantouzhu (Turtlehead Peninsula) werden we gebracht naar een aardewerkfabriek voor een demonstratie van hoe je kunt controleren of je theepot ‘echt’ is. Door gebruik te maken van natuurkunde proberen zij de klant over te halen tot aankoop. Een theepot die kan blijven drijven in water zou misschien handig zijn in New Orleans of Bangladesh, maar in andere gevallen, wat heb je eraan? Verder wel leuke producteigenschappen hoor, bijv. een deksel die er door luchtdruk niet afvalt tijdens t schenken, etcetera, maar op de markt is het goedkoper (eentje gezien van 18 yuan voor een complete set). Oh, maar dan is t niet echt. Functionaliteit versus authenticiteit.

Kortom, leuke dag meegemaakt, mooie foto’s geschoten, opvallende zaken waargenomen. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen commercie of handel, integendeel, anders had ik geen Trade Management for Asia als opleiding gekozen. Ik vind het alleen jammer dat het culturele erfgoed zo wordt misbruikt. Wat mij betreft, verdwijnt het hele authentieke aspect als je op elke hoek een winkeltje hebt en als je elke minuut wordt geconfronteerd met geld. Sinds de Chinese revolutie wordt er hier alles aan gedaan om het commerciële aspect te implementeren in elke activiteit denkbaar. Ik gun onze tour guide best de commissie die zij ongetwijfeld zal ontvangen voor elke aankoop, door één van de door haar geleverde klanten, maar dan moeten de prijzen wel redelijk zijn. Die verkopers met hun abnormaal hoge prijzen kunnen van mij ‘the finger’ krijgen, en ze mogen zelf kiezen welke, de linker of de rechter. Het is allemaal jammer, maar desalniettemin begrijpelijk. Velen zijn blijkbaar gek genoeg om een leeg flesje voor 2 euro te kopen. Dat is de magie van vraag en aanbod. Leve het kapitalisme!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Unable to load the Are You a Human PlayThru™. Please contact the site owner to report the problem.